Varkens in Nood biedt provincie geen toegang tot de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft op 5 augustus (ECLI:NL:RVS:2026:4577) uitspraak gedaan over de procespositie van het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: de provincie Overijssel) tegenover het Rijk. De uitspraak bevestigt dat de mogelijkheden om op te komen tegen rijksbesluiten onder de Crisis- en herstelwet beperkter zijn dan soms wordt gedacht.
Feiten en omstandigheden
De zaak draait om een aardwarmteproject van Hoogweg Aardwarmte. De staatssecretaris verleende hiervoor tussen 2018 en 2021 verschillende omgevingsvergunningen voor de oprichting, uitbreiding en wijziging van de installatie.
De provincie Overijssel kon zich niet verenigen met deze besluiten en stelde daarom beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank gaf de provincie Overijssel gelijk, vernietigde de vergunningen en verplichtte de staatssecretaris om nieuwe besluiten te nemen. Daarbij oordeelde de rechtbank onder meer dat het procedeerverbod van artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet buiten toepassing moest worden gelaten. De rechtbank oordeelde dat de provincie Overijssel toegang moest hebben tot de rechter, mede vanwege het Verdrag van Aarhus en Europese rechtspraak uit het Varkens in Nood-arrest. In dit arrest oordeelde het Hof van Justitie dat de toegang tot de rechter voor het betrokken publiek bij milieubesluiten niet afhankelijk mag worden gesteld van het indienen van een zienswijze tijdens de voorbereidingsprocedure.
De staatssecretaris en Hoogweg Aardwarmte zijn naar aanleiding hiervan in hoger beroep gegaan bij de Afdeling.
Wat bepaalt artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet?
Artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet bevat een bijzonder procedeerverbod. Dit artikel bepaalt dat decentrale overheden, zoals gemeenten en provincies, geen beroep kunnen instellen tegen bepaalde besluiten van de centrale overheid als die besluiten niet rechtstreeks tot hen zijn gericht.
Het doel van deze bepaling is het voorkomen van langdurige juridische procedures tussen overheden.
Afdeling maakt duidelijk onderscheid
Hoewel de rechtbank vond dat de rechtspraak over het Verdrag van Aarhus aanleiding gaf om artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet buiten toepassing te laten, ziet de Afdeling dit anders.
Volgens de Afdeling gaat de rechtspraak uit het Varkens in Nood-arrest over een heel andere situatie, namelijk de vraag of burgers en organisaties toegang tot de rechter mogen worden ontzegd omdat zij geen zienswijze hebben ingediend. Dat betreft artikel 6:13 Awb. In deze zaak gaat het echter om een wettelijk procedeerverbod voor decentrale overheden.
De Afdeling benadrukt dat het Verdrag van Aarhus niet voorschrijft dat geschillen over milieubesluiten uitsluitend door een bestuursrechter moeten worden behandeld. Ook volgt uit het Europese beginsel van effectieve rechtsbescherming niet dat decentrale overheden altijd toegang moeten hebben tot de bestuursrechter.
Volgens de Afdeling is nog steeds sprake van effectieve rechtsbescherming, omdat provincies en gemeenten in voorkomende gevallen terecht kunnen bij de burgerlijke rechter.
Provincie kon geen beroep instellen bij de bestuursrechter
De conclusie van de Afdeling is duidelijk: artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet is niet in strijd met het Verdrag van Aarhus en moet gewoon worden toegepast.
Dit betekent dat de provincie Overijssel geen beroep kon instellen bij de bestuursrechter tegen de verleende vergunningen. De rechtbank had de beroepen daarom niet inhoudelijk mogen behandelen, maar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de beroepen van de provincie Overijssel zijn alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor gemeenten en provincies bevestigt deze uitspraak dat zij niet zonder meer tegen rijksbesluiten kunnen opkomen bij de bestuursrechter wanneer artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet van toepassing is. De Afdeling maakt duidelijk dat het Verdrag van Aarhus en de Varkens in Nood-jurisprudentie geen grond bieden om dit procedeerverbod te doorbreken.
Het is daarom belangrijk om tijdig te beoordelen welke juridische mogelijkheden nog wel openstaan, zoals een procedure bij de burgerlijke rechter.
Op de hoogte blijven?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief! Dan zorgen wij ervoor dat u op de hoogte blijft van de belangrijkste ontwikkelingen binnen onze expertises.



