Afwijken van het omgevingsplan: de eerste BOPA-toets door de Afdeling
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, ECLI:NL:RVS:2026:3652
Op 24 juni 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) voor het eerst uitspraak gedaan over een instrument dat wordt aangeduid als een buitenplanse omgevingsactiviteit (hierna: BOPA).
In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college van de gemeente Dordrecht de vergunning voor het plaatsen van een hek mocht weigeren vanwege de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Juridisch kader en begrip definitie
Om de essentie van deze uitspraak goed te begrijpen, is het van belang om eerst stil te staan bij enkele kernbegrippen uit de Omgevingswet.
Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente beschikken over een omgevingsplan. In dat omgevingsplan staan algemene regels over de fysieke leefomgeving. Daarbij kan worden gedacht aan regels over bijvoorbeeld archeologie, geurhinder, waterafvoer en het gebruik van gronden en bouwwerken. Wanneer een aangevraagde activiteit niet past binnen die regels, kan het college onder voorwaarden toch medewerking verlenen via een BOPA op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (hierna: Ow).
Een BOPA kan echter alleen worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit volgt uit artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De grondslag voor dit criterium is neergelegd in artikel 4.2 van de Ow. Daaruit volgt dat het omgevingsplan moet zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat activiteiten op een zorgvuldige en evenwichtige manier over locaties moeten worden gereguleerd. Het gaat daarbij om de vraag of een bepaalde functie, zoals wonen, werken, recreatie of natuur, op een bepaalde locatie aanvaardbaar is. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor de fysieke leefomgeving en met de belangen van betrokkenen.
De evenwichtige toedeling van functies aan locaties is belangrijk, omdat de ruimte binnen de fysieke leefomgeving schaars is. Die ruimte moet zo goed mogelijk worden verdeeld, ingericht en benut. Het criterium voorkomt dat functies elkaar onnodig verdringen of dat het woon- en leefklimaat onevenredig wordt belast.
Feiten en Omstandigheden
In de uitspraak ging het om een eigenaar van een woning die op de begane grond een B&B exploiteerde. De eigenaar wilde aan de achterzijde van de woning een poortje plaatsen, zodat bezoekers via een grasveld gemakkelijker toegang konden krijgen tot de woning. Hiervoor had hij een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college kwalificeerde de aanvraag als een BOPA en had de vergunning in eerste instantie verleend. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren kwam het college echter tot het standpunt dat geen sprake was van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning daarom alsnog geweigerd.
Belangrijkste overwegingen
De Afdeling oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft gekwalificeerd als een BOPA. Bij de beoordeling van de aanvraag moet het college de betrokken belangen afwegen. Daarbij kan, binnen het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ook aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
In dat kader is de Afdeling, met de rechtbank, van oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom de B&B qua aard en uitstraling niet past binnen de woonomgeving. Daarbij heeft het college doorslaggevende betekenis mogen toekennen aan de kenmerken van de woonbebouwing op deze locatie. Van belang is dat het in dit geval gaat om een rij woningen met een gezamenlijk looppad aan de achterzijde. Om die reden heeft het college groot gewicht mogen toekennen aan de inbreuk op de privacy van omwonenden. Tegenover het belang van de omwonenden stond het financiële belang van de eigenaar. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college de belangen van de omwonenden zwaarder heeft mogen laten wegen dan het financiële belang van eigenaar.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak maakt duidelijk dat in bepaalde gevallen kan worden afgeweken van de regels uit het omgevingsplan. Daarvoor is wel vereist dat de aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Binnen die beoordeling moet het college de betrokken belangen zorgvuldig afwegen. Daarbij kan ook aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.
De uitspraak is daarmee relevant voor de praktijk, omdat zij laat zien hoe de Afdeling omgaat met de beoordeling van een BOPA onder de Omgevingswet. Deze eerste uitspraak over de BOPA biedt richting, maar zal ongetwijfeld worden gevolgd door meer rechtspraak waarin dit toetsingskader verder wordt ingevuld.
| Deel dit artikel: |
Op de hoogte blijven?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief! Dan zorgen wij ervoor dat u op de hoogte blijft van de belangrijkste ontwikkelingen binnen onze expertises.



